Artikel – Het patriarchale huwelijk van Virginia Woolfs ouders: een betoog tegen giftige mannelijk- én vrouwelijkheid

Het feminisme van de Britse schrijfster Virginia Woolf (1882-1941) – dat zo duidelijk naar voren komt in haar essays A Room of One’s Own (1929) en Three Guineas (1938) – heeft het victoriaanse huwelijk van haar ouders als basis. In de autobiografische roman To the Lighthouse (1927) beschrijft Woolf in de personen van Mr. en Mrs. Ramsay hoe Leslie en Julia Stephen zich tot elkaar verhielden. Het begrip ‘the Angel in the House’ speelt daarin een cruciale rol: deze engel is de vrouw die zichzelf volledige wegcijfert voor haar kinderen en tirannieke echtgenoot. Niet voor niets schreef Woolf: “Killing the Angel in the House was part of the occupation of a woman writer”. Zelfs in onze tijd zien we deze ongelijkwaardige, patriarchale verhouding tussen mannen en vrouwen terug, gebaseerd op een zeer kwalijke vormen van mannelijk- én vrouwelijkheid.

Leslie en Julia Stephen
De ouders van Virginia Woolf trouwen in 1878. Julia Stephen is dan 32 jaar oud, weduwe en moeder van drie kinderen. Ze staat bekend als een zeer mooie vrouw en is model geweest voor kunstschilders en haar tante en fotografe Julia Margaret Cameron. Leslie Stephen is 45 jaar, ook weduwnaar en vader van een dochter. Hij is een bekende biograaf en literatuurcriticus. Het stel gaat wonen in een groot huis aan Hyde Park Gate, Londen, en krijgt nog 4 kinderen: 2 jongens en 2 meisjes.

Virginia, geboren in 1882, is de een na jongste. De kinderen groeien op met nanny’s en dienstmeisjes. De jongens gaan naar school en de meisjes leren thuis tekenen, dansen en muziek maken. Het onderwijs wordt verzorgd door hun ouders en gouvernantes. Woolf leest alle boeken in haar vaders bibliotheek, maar de jongens mogen naar de universiteit, terwijl de toekomst van de meisjes het huwelijk is. Als Virginia 13 is overlijdt haar moeder, 49 jaar oud. Als volwassene zal Woolf schrijven dat uitputting de oorzaak is. Julia heeft al haar energie weggegeven aan liefdadigheid en haar gezin; haar veeleisende en dominante echtgenoot in het bijzonder.

Met Julia’s dood staakt het gezin het doorbrengen van de zomers in Talland House in St. Ives, Cornwall. Woolf zal meer dan 30 jaar later in To the Lighthouse een aangrijpend portret geven van haar ouderlijk gezin in dit zomerhuis. Mrs. Ramsay – alter ego van Julia Stephen – is echtgenote, moeder en gastvrouw. Haar functie bestaat uit het dienen van anderen; los van hen bestaat zij niet. Naar haar mening zijn vrouwen ondergeschikt aan hun echtgenoot en zijn werk. Het huwelijk is dan ook het hoofddoel van een vrouwenleven. Ze verafgoodt haar man – de leider, het intellect – en heeft het idee dat ze veel minder waard is dan hij.

Tegelijkertijd bemoedert en beschermt Mrs. Ramsay haar man alsof hij een kind is. Want Mr. Ramsay is onzeker en zijn vrouw moet als een spiegel zijn zelfbeeld twee keer zo groot tonen. Net als zijn kinderen is hij afhankelijk van haar aandacht: egoïstisch en boos stampend eist hij die op. Hij wil sympathie en verzekerd worden dat hij een genie is. Mrs. Ramsay geeft zoveel aan haar gezin, dat er voor haarzelf niks meer overblijft.

De Engel in het Huis
Het begrip ‘The Angel in the House’ speelt een sleutelrol binnen het victoriaanse huwelijk. Zoals te zien is in het schilderij van de Britse schilder George Elgar Hicks ‘De missie van de vrouw is partner zijn van de man’ (1863) heeft de vrouw een ondergeschikte positie. Binnen het patriarchale huwelijk speelt de man de hoofdrol: hij werkt in de buitenwereld, de vrouw is zijn steun en toeverlaat, die thuis blijft om voor de kinderen te zorgen. De vrouw is ook altijd kleiner van stuk: ze moet tegen haar man opkijken en mag hem niet domineren. Dat is zeer onvrouwelijk. Zelfs vandaag de dag zie je nog steeds zelden koppels waarbij de vrouw langer is dan de man.

Het begrip ‘The Angel in the House’ komt uit een verhalend gedicht uit 1862 van Conventry Patmore. Hij beschrijft het ideale huwelijk, gebaseerd op de relatie met zijn vrouw Emily: de perfecte echtgenote. De vrouw zou het beste deel van de schepping zijn: zo eenvoudig en lief. Ze wil het liefste haar echtgenoot dienen en als hij niet meer om haar geeft, zal zij alleen nog maar meer van hem houden.

Het is dan ook geen wonder dat Virginia Woolf deze engel later in haar leven neersabelt. Zij wilde immers niet thuisblijven en trouwen om de rest van haar leven een man en kinderen te dienen, maar studeren en schrijven. Woolf wilde niet worden zoals haar moeder; ze ambieerde de plek van haar vader in de buitenwereld. Zijn dood in 1904 – Woolf was toen 22 – bood haar vrijheid. Met haar zus Vanessa en haar twee broers kon ze het donkere victoriaanse ouderlijk huis in Hyde Park Gate verlaten om in een lichter en luchtiger appartement in Bloomsbury te gaan wonen. Als vader was blijven leven, schreef Woolf, zou dat het einde van haar leven hebben betekend: hij had haar niet laten schrijven.

Maar Woolf moest nog een personage vermoorden om te kunnen schrijven en dat was de Engel in het Huis, oftewel haar moeder. Deze engel was oneindig sympathiek, charmant, niet egoïstisch, puur en het gezin was haar roeping. “Ze offerde zichzelf dagelijks op…als er tocht was, zat zij erin… Ze had nooit eigen gedachten of wensen, maar voelde altijd mee met de gedachten en wensen van anderen.” In de victoriaanse tijd, aldus Woolf, had elk huis zijn eigen Engel.

Deze Engel komt tevoorschijn telkens als Woolf wil schrijven en zegt dat ze als jonge vrouw niet zomaar het boek van een beroemde man kan recenseren. “Wees sympathiek, teder, vlei, bedrieg, gebruik alle kunsten en listen van je sekse. Laat nooit iemand raden dat je eigen gedachten hebt…wees puur.” Uit zelfverdediging moet Woolf haar doden: “Als ik haar niet had vermoord, had ze mij vermoord. Ze zou het hart uit mijn schrijven hebben gerukt.” Maar telkens als Woolf even niet oplet komt het spook weer tevoorschijn.

Het patriarchale huwelijk
Het huwelijk van mijn ouders en dat van mijn grootouders aan vaders en moeders kant hadden alle drie dit patriarchale model met de Engel in het Huis als basis. De vrouwen dienden en ondersteunden de buitenshuis werkende en presterende man. Zij zorgde thuis voor de kinderen en het huishouden en moest het ego van haar man vergroten. Zo was ‘je vader is onder en boven de wet’ een gevleugelde uitspraak van mijn moeder en oma. Vader kreeg altijd het grootste stuk vlees, moeder het kleinste.

Mijn oma aan moeders kant was voor ze trouwde een zelfstandige en zelfbewuste vrouw. Maar door haar huwelijk werd ze afhankelijk en uitgeput. Ze moest haar mans driftbuien verdragen en protesteerde als hij haar minachtend behandelde, wat hij regelmatig deed. Zo heeft mijn opa zijn leven lang benadrukt dat mijn oma maar Mulo had en hij HBS. Mijn grootvader was het enige kind uit een vissersgezin dat verder mocht studeren en carrière maakte. Toch is hij waarschijnlijk altijd onzeker gebleven, wat hij afreageerde op mijn oma. Zo kon mijn opa ten koste van zijn vrouw zijn positie bevestigen. Dit gedrag heet narcisme: een persoon met een minderwaardigheidscomplex blaast zich op en trapt anderen naar beneden om zich groter te voelen. Ook maakte mijn grootvader zich schuldig aan vrouwenhaat, die – zonder correctie – wordt overgedragen van generatie op generatie. Mijn andere grootvader en eigen vader hadden ook last van beide fenomenen.

Want net als Leslie Stephen waren mijn vader en opa’s van binnen een kind. Van buiten leken ze volwassen: ze hadden immers als jongens geleerd zich ‘mannelijk’ te gedragen, wat betekent emoties wegdrukken (‘sterk zijn en niet huilen’), in plaats van ze toe te laten en te verwerken. Worden de spanning en emoties een man toch te veel dan barst hij uit in ongecontroleerde woede. Moeder tolereert vaders tirannieke driftbuien en is er, net als de kinderen, bang voor. Tegelijkertijd zal een man, als hij onzeker is en emotioneel gebrekkig ontwikkeld, zijn vrouw als moeder nodig hebben om hem te bevestigen of zelfs om bovenop haar te kunnen staan, zodat hij zelf groter lijkt. De vrouw wordt als meisje al geleerd om zich klein en afhankelijk op te stellen, zodat haar echtgenoot de sterke beschermer kan zijn.

Een andere vrouwonvriendelijke aanname binnen onze cultuur is dat het ‘mannelijke’ verstand boven de ‘vrouwelijke’ irrationele gevoelens en intuïtie gaat. En dat de grote zaak, de samenleving, altijd veel belangrijker is dan persoonlijke verhalen, relaties en een thuis. Wat mannen in de maatschappij deden was daarom altijd van groter belang en meer gewaardeerd dan het werk dat vrouwen thuis deden. Niets voor niets zijn banen buitenshuis betaald en is huishoudelijk werk -dat lichamelijk zeer zwaar is – ondergewaardeerd en tot voor kort onbetaald.

Narcisme en vrouwenhaat
Mijn vader was een zeer krachtige narcist en vrouwenhater. Mijn moeder stelde zich op als zijn volgzame slaaf. Het gevolg van hun slechte, patriarchale huwelijk was dat ik een seksistische feminist werd. Ik wilde niet op die slaafse vrouw lijken, maar op mijn vader die groot en onafhankelijk leek. In mijn ogen waren vrouwen inferieur, omdat mijn vader mijn moeder dagelijkse naar beneden haalde en zij dat tolereerde. Tegelijkertijd haatte ik mijn vader om zijn wangedrag en ik was zelf vrouw. In mijn eigen relaties gedroeg ik me dan ook afwisselend als Engel in het Huis of als een feminist die op haar man wilde inslaan. Natuurlijk stapte ik goed voorgeprogrammeerd onbewust af op mannen waarvan ik dacht dat ze qua karakter sprekend op mijn vader leken.

Pas veel later kon ik zien dat mijn vader en grootvaders van binnen jongetjes waren, die fysiek en emotioneel waren mishandeld door hun autoritaire en driftige vaders (op hun beurt van binnen beschadigde jongens). De vrouwen (beschadigde meisjes) maakten zich ondergeschikt aan hun tirannieke echtgenoot, net als hun moeders (ook beschadigde meisjes).

En al is er in onze tijd veel veranderd, toch zie ik nog duidelijk sporen van deze ongelijkwaardige, patriarchale relatie (wat slecht is voor beide geslachten). Niet voor niets jaagt de zogenaamde ‘feminisering’ van de samenleving en het verlies van hun machtsmonopolie veel mannen angst aan. Maar een verandering van onze opvattingen over mannelijk- en vrouwelijkheid zal de mens in het algemeen veel meer vrijheid bieden. Dictator en slachtoffer zijn immers beide prooi van hetzelfde, oneerlijke systeem.Ik vind mannen die openlijk hun emoties tonen en huilen bijvoorbeeld zeer sterk. Een waarom zou een vrouw binnen een relatie niet de leiding kunnen nemen, zonder dat dit haar man ‘ontmannelijkt’? Persoonlijkheden bepalen een relatie; niet gender.

Ruimte voor vrouwen
Terug naar Virginia Woolf. In A Room of One’s Own eist Woolf geld en ruimte voor vrouwen, zodat ze hun eigen ideeën kunnen vormen en schrijven. Het geld maakt de vrouw onafhankelijk van de man. Een getrouwde vrouw mocht in Engeland bijvoorbeeld pas aan het einde van de 19e eeuw eigen bezit hebben. Aan het begin van de 20e eeuw konden vrouwen nog niet stemmen en slechts een enkeling mocht studeren, omdat het huwelijk de bestemming van de vrouw was. Uiteindelijk gaf de Eerste Wereldoorlog vrouwen de kans om uit het huis te ontsnappen en te laten zien dat ze net zo goed ‘mannenwerk’ konden doen.

Woolf betoogt dat er een abstracte, boze patriarch is die al het geld en alle macht heeft. Omdat hij onzeker is moet deze patriarch anderen overheersen. Zo haalt hij de vrouw omlaag om zijn eigen superioriteit te bevestigen. De echtgenote moet zijn zelfbeeld twee keer vergroten en de patriarch pikt het niet als een vrouw, een minderwaardig schepsel, kritiek op hem heeft.

Zo werd de denkbeeldige geniale zus van Shakespeare niet een beroemd schrijver, omdat ze moest werken in het huishouden, kinderen krijgen en zorgen. Ze mocht niet verder studeren, had geen ruimte voor zichzelf en moest kuis zijn. Ze kon het leven niet ten volle leven. Een heks was misschien aan het patriarchale systeem ontsnapt, maar die werd dan ook ter dood veroordeeld. Een vrouw mocht niet schrijven, alleen anoniem of onder een mannelijk pseudoniem, omdat ze intellectueel inferieur was. Een vrouw die muziek componeerde stond gelijk aan een hond die op zijn achterpoten probeerde te lopen: onnatuurlijk.

Maar Woolf merkt op dat de opvoeding van mannen net zo problematisch is als die van vrouwen. Het onzekere jongetje wordt aangespoord tot het steeds opnieuw veroveren van andermans bezit. Het moet immers altijd meer bevestiging krijgen, die hij niet uit zichzelf kan putten. En zo moet een ‘echte’ man zonder hulp de top van de apenrots veroveren. Dit gedrag leidt volgens Woolf zelfs tot oorlogen, waarin mannen hun eigen leven en dat van hun kinderen opofferen. Bovendien bekritiseert Woolf het kapitalistische systeem, waarin elke man steeds meer geld wil en daarom “als een slaaf” werk doet dat hij eigenlijk niet wil doen. Een accurate analyse die naar mijn idee vandaag de dag nog steeds van toepassing is.

Three Guineas tegen giftige mannelijkheid
In Three Guineas, een essay uit 1938 tegen fascisme en oorlog, vervolgt Woolf haar betoog dat de oorzaak van oorlogen ligt in de manier waarop mannen en vrouwen in de westerse cultuur worden opgevoed en gevormd. Een vrouw krijgt geen opleiding en kan slechts trouwen. Samen met de kinderen en het huis is zij het bezit van de man. Tot de Eerste Wereldoorlog hadden vrouwen alleen indirecte invloed, via hun echtgenoot.

In deze oorlog bleek al dat mannen helemaal niet zulke grote leiders zijn. Vechten en doden is een gewoonte van de man: het zou hem mannelijker maken. Patriottisme zegt vrouwen niks, want zij mochten immers niet bij de marine, het leger, de diplomatie of de kerk. Woolf hekelt ook de voorkeur van de mannelijke samenleving voor uiterlijkheden, zoals status, titels en geld. Opnieuw pleit de schrijfster voor onderwijs en betaald werk voor vrouwen, zodat ze onafhankelijk kunnen zijn van hun vader en echtgenoot en oorlog tegengaan.

Net als in A Room of One’s Own opent Woolf de aanval op het kapitalistisch systeem. Als je succesvol bent in de patriarchale samenleving verlies je je normen en waarden. Mensen hebben geen tijd meer om naar schilderijen te kijken, naar muziek te luisteren of met elkaar te praten. Ze verliezen hun menselijkheid en kunnen zaken niet meer in proportie zien. Geld wordt zo belangrijk dat ze dag en nacht werken, wat hun gezondheid ruïneert. En ze worden zo competitief dat ze hun werk niet met anderen willen delen, ook al hebben ze meer te doen dan ze zelf aan kunnen. En de kranten doen ons geloven in dit systeem dat leidt tot oorlog, aldus Woolf. Klinkt dit niet exact zoals onze huidige samenleving?

Volgens Woolf is de strijd voor vrouwenrechten een gevecht voor alle mensen: voor rechtvaardigheid, gelijkheid en vrijheid én tegen een samenleving die de waarheid verdraait en de vrije wil aan ketens legt. Want de privépersoon (vader, broer) verdwijnt en maakt plaats voor een mannelijk monster met luide stem, harde vuist en kinderlijke bedoelingen, die geniet van macht en overheersing, terwijl hij de vrouw (of zijn eigen vrouwelijkheid) thuis opsluit.

Om de patstelling van de patriarch te doorbreken pleit Woolf voor een Outsiders’ Society, die strijdt zonder geld en wapens voor vrede. “Want als vrouw, heb ik geen land. Als vrouw wil ik geen land. Als vrouw is de hele wereld mijn land”. Deze ‘outsiders’ leggen hun wil niet op aan andere mensen. Wedijver binnen de samenleving stopt; beroepen worden niet uitgeoefend voor geld, maar voor onderzoek en omwille van liefde voor het werk zelf, als er genoeg verdiend is om van te leven. Werk mag geen inbreuk maken op vrijheid en extra beloning is niet nodig.

Ten slotte sommeert Woolf vrouwen op te houden met ‘zíjn vrouw’ te zijn en zichzelf te worden. De vrouw is ontslagen van haar heilige plicht om zich als dochter op te offeren voor haar vader. En vaders moeten hun dochters vrijlaten.

Nog steeds relevant
Voor mij zijn Virginia Woolfs woorden nog steeds van grote betekenis, in het bijzonder in een tijd waarin de wereld wordt bestuurd door kleine jongetjes die zich groot maken en oorlogstaal uitslaan, zoals Trump, Poetin, Erdogan en Kim Jong-Un. Ook al draaien vrouwen dezer dagen haast net zo hard mee in het patriarchale systeem als mannen, het maatschappelijk denken is naar mijn idee nog steeds gebaseerd op giftige vormen van mannelijk- en vrouwelijkheid.

De vrouw en het vrouwelijke moeten uit hun ketens losbreken, zoals de Britse band Tears for Fears in 1989 al zong in ‘Woman in chains’. Giftige mannelijkheid – competitie, voorrang van verstand boven gevoelens en intuïtie, voorliefde voor hiërarchie en geld – moet niet langer de boventoon voeren. Ook mannen moeten hun vrouwelijke kant bevrijden, zodat we plek kunnen maken voor een geheelde, emotioneel volwassen spirituele mens, die in harmonie leeft met zichzelf en de aarde. In plaats van proberen te overleven als een gekooid dier in een alles verslindend roofsysteem zoals we nu doen.