Column – Over het plegen van zelfmoord

In Nederland plegen per dag gemiddeld  5 mensen zelfmoord. Op stations is een “aanrijding met een persoon” inmiddels een gewone mededeling geworden, waarop de wachtende treinreizigers mopperen over de vertraging. Voor ik op mijn 23e van het ene op het andere moment zwaar depressief werd begreep ik niks van suïcidaliteit. Totdat ik mezelf aan de telefoon tegenover een dienstdoende huisarts teksten uit Amerikaanse films hoorde uitslaan: “Ik ben doodsbang dat ik mezelf nu iets ga aandoen!!” Waarop zij zuchtte en vroeg of ik al een psychiater had. Nee, die had ik toen nog niet.

Ik zou net voor het eerst gaan beginnen aan gesprekken met een psychotherapeut en nu hoorde ik plotseling bij de categorie zware psychiatrische patiënten. Deze bijna 4 maanden durende, zeer zware depressie – waarbij ik acuut suïcidaal was – heb ik thuis bij mijn moeder kunnen uitzitten. Ik wist niet dat er zo’n hel op aarde bestond.

Aanvankelijk kreeg ik geen medicijnen, maar uiteindelijk dreigde er toch een opname en kwamen er psychiaters aan te pas. Waarbij psychiater 1 direct olie op het vuur gooide: “Ach, wat zonde als zo’n jonge vrouw zelfmoord pleegt. Ik laat je opnemen. En welke antidepressiva wil je? De bijwerkingen kun je opzoeken op internet.” Gelukkig schakelde mijn nieuwe psychotherapeute toen een zeer kundige, bevriende psychiater in, die mij toen het leven heeft gered. “Wat wilt u? Bij uw moeder blijven? Prima. Nee, kijkt u maar niet zelf onder de motorkap. Dat doen wij wel.”

In het voorjaar ging de storm van het ene op het andere moment liggen. Ook de suïcidaliteit was plotsklaps verdwenen en ik dankte God op mijn blote kniëën dat ik er nog was. Helaas kreeg ik na die tijd, met een tussenpoos van ongeveer 5 jaar, nog twee zware depressies. Weliswaar minder heftig dan de eerste, maar altijd met suïcidaliteit. En de derde depressie werd helaas chronisch, waarbij de dood dag en nacht door mijn hoofd marcheerde. Als je denkt dat dat leefbaar is heb je het ernstig mis. Ik hield het uiteindelijk 6 maanden vol en toen besloot ik voor het eerst tijdens een depressie mijn verzet tegen de zelfmoordneigingen op te geven. Dit ging niet meer over. Ik wilde gewoon dood.

Nu had ik altijd verondersteld dat zelfmoord plegen makkelijk was: je bent ernstig depressief, dus huppekee, je verhangt je, snijdt je polsen door of springt van een gebouw of voor een trein. Easy does it. Dat viel echter zwaar tegen: ik wilde dood, maar hoe? Waar is de weg naar de uitgang? Ik kon er niet uit! Met medicijnen leek me de kans te groot dat de poging zou mislukken. Ophangen duurde me te lang. Het moest in een keer, heel snel, pats boem, klaar zijn. Dus wat bleef over? Van een gebouw springen of de trein.

Ik heb een middag op het terras van de centrale bibliotheek in Amsterdam gezeten, bovenop het gebouw, maar ik durfde niet. Ook al was ik zwaar depressief: de weerstand was te groot. Toen ik tegen het einde van de middag onverrichterzake naar huis ging, klom ik nog even op een stoel om te kijken hoe diep het nu was. Onmiddellijk hoorde ik een vrouw achter me verschrikt zeggen: “Oh, je gaat toch niks doen?! Er was namelijk laatst een meisje, dat hier over de rand sprong.” Tegenwoordig zit er om de balustrade van dit terras een extra brede rand, zodat je er niet direct overheen kunt stappen of springen. De gebouwen van het uitzicht staan erop beschreven, maar ik vermoed dat dat niet de eerste functie van die metalen verbreding is.

Elke nieuwe dag die aanbrak was voor mij een hel en ik wilde eruit. Alle hulpverleners – huisarts, psychiater en een therapeute waar ik met mijn pas geboren dochter kwam – waren van mijn plannen op de hoogte, maar ze deden niets. Mijn psychiater meende ik dat ik een theatrale borderliner was. Na mijn zeer serieuze poging moest hij toegeven dat hij een verkeerde analyse had gemaakt.

Want die dag kwam. Voor een trein springen leek mij nog de enige optie: op een rustig tussenstation voor een doorgaande trein. Dat werd station Lelylaan, maar ik durfde wederom niet. Ik heb daar op een middag een paar uur gestaan, totdat het uiteindelijk toch tijd werd voor mijn afspraak met de huisarts. Ik had gedacht dat ik dan niet meer zou leven. Ik vertelde hem dat ik bij Lelylaan had gestaan en hij zou me na zijn spreekuur opbellen. Ik hoorde niets.

Een paar dagen later ben ik teruggegaan naar het station en gesprongen. Het was een Thalys en ik ben in een reflex net op tijd weggerold. Dat vond ik vlak daarna nogal laf van mezelf. Voor zo’n zeer serieuze zelfmoordpoging moet je erg veel kracht hebben (kracht de verkeerde kant op).

Ik ben vervolgens (eindelijk) opgenomen en de polikliniek voor depressie van het AMC heeft mij toen het leven gered, want de suïcidaliteit zou nog 10 maanden aanhouden. De depressie is uiteindelijk geëindigd met hulp van elektroshocks, waarna mijn hersens het niet meer deden. Dat is een ander verhaal. Maar de depressie was tenminste voorbij.

Sinds een paar jaar weet ik dat ik als kind getraumatiseerd ben door mijn ouderlijk gezin. De omstandigheden in deze privéoorlog – achter een zeer goede façade – waren zo verschrikkelijk dat ik al mijn gevoelens heb geblokkeerd om ze niet meer te hoeven voelen. Deze energie verdwijnt in een soort afgesloten container waarin ze gaat liggen rotten. Bij een zogenaamd life event – een grote gebeurtenis als afstuderen of de geboorte van een kind – barst de container open. Des te rotter de gevoelens des te erger en acuter de suïcidaliteit.

Ook weet ik nu – dankzij mijn gidsen – dat ik een sjamaan ben. Dat is iemand die kennis van en contact heeft met het hogere en op die manier andere mensen kan helpen: in veel gevallen een ‘wounded healer’. De sjamaan heeft een ontzettend zwaar levenspad, dat alleen geschikt is voor zeer sterke oude zielen. En zelfs voor hen is het soms te zwaar. Je kennis verkrijg je alleen doordat je ziektes en aandoeningen zélf doormaakt. Boekenkennis is nooit voldoende. Dat weet ik uit eigen ervaring. Sjamanen zijn de leiders en dokters van een gemeenschap. Een psychiater die nooit zelf depressief is geweest weet in wezen eigenlijk niet waar zij/hij het over heeft.

Mijn trauma lijkt een paar jaar geleden doorbroken, wat volgens de psychiatrie onmogelijk is, maar ik lijk een uitzondering op de regel. Ondanks allerlei life events ben ik tot nu toe niet meer depressief geworden. En ik hoop dat ik met mijn heftige levensverhaal anderen kan helpen: mensen die zwaar depressief zijn en hun familie en vrienden. Ik hoop dat het inzicht biedt en troost voor mensen die hun geliefde, familielid of vriend aan zelfmoord hebben verloren.

Helaas is depressie in onze samenleving – waarin mensen worden getraumatiseerd en afgestompt – gewoon geworden. Ruim 1 miljoen Nederlanders slikken antidepressiva. Het kapitalisme biedt je geen tijd om je gevoelens te beleven en verwerken. Dus die gaan hop door naar de container om te rotten. En mensen zijn te druk en moe om echt naar elkaar om te kunnen kijken.

Ons systeem kan anders, veel humaner. De gevoeligste mensen zijn de kanarie in de kolenmijn: zij raken het eerst beschadigd en worden ziek. En zoals mijn leraar godsdienst op de middelbare school zei: in Nederland springen de sjamanen voor de trein. Denk aan al die wanhopige vrouwen en mannen, jongens en meisjes, die het leven niet meer zien zitten. Ze komen op eindeloze wachtlijsten, in verschrikkelijke kille klinieken waar in een veel gevallen onkundige psychologen en psychiaters de scepter zwaaien. Bij mij konden ze in 20 jaar niet analyseren dat ik uit een gezin kom waar psychopathie, narcisme, codependency en Asperger de norm waren.

En waarom is euthanasie bij lichamelijke ziektes normaal en kan de psychiatrisch patiënt het in zijn eentje uitzoeken? Gun elke Nederlander een pil van Drion. En laat de dames en heren dokters eens écht naar hun patiënten gaan luisteren: de ervaringsdeskundigen, die eigenlijk de enige deskundigen zijn. En dat kille en ziekmakende systeem moet om.