Artikel psyche – Over de aard van bindings- en verlatingsangst en de wachters van de ziel

Sinds mijn omslag, nu bijna 3 jaar geleden, ben ik me veel meer bewust van mijn eigen patronen en scripts (onbewuste basis-leefregels die elk mens heeft). Waar die niet kloppen probeer ik ze actief te corrigeren, maar dat is niet altijd eenvoudig. Zeker niet als bepaald gedrag al 43 jaar meegaat. Zo heb ik ontdekt dat ik lijd aan intense bindings- én verlatingsangst. Dit stel lijkt aan elkaar tegengesteld, maar het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Al naar gelang het gedrag van de ander steekt of nummer 1 de kop op of nummer 2. In dit artikel wil ik een persoonlijke analyse geven van dit fenomeen.

Gezien het gezin waarin ik ben opgegroeid zijn mijn angsten niet raar: ik werd zo slecht behandeld, dat ik me überhaupt onbewust aan niemand kon of wilde hechten. Ik ben alleen groot geworden. Materiële voorzieningen waren er wel; emotioneel viel er niks te halen. Deze jeugd heeft een basis van intens wantrouwen naar andere mensen gevormd. Aan de buitenkant ben ik vriendelijk, maar écht dichtbij komen is zeer moeilijk: oftewel bindingsangst. Door de onveiligheid van mijn ouderlijk gezin ben ik gewend mijn emoties te verstoppen. Pokerface was bij ons thuis het motto in alle extreme situaties. Dit heeft bij mij dan ook tot trauma en zware depressies geleid (waar ik nu hopelijk vanaf ben).

Laat ik in 1 op de 100.000 gevallen een ander echt toe, dan is de paniek intens op het moment dat die persoon de benen neemt of lijkt te nemen: verlatingsangst. En pas sinds begin dit jaar heb ik genoeg bewustzijn om te proberen de regie op deze innerlijke kinderen terug te halen. Want zij zijn de bron van de angstige gevoelens. Het is niet de volwassene die reageert, maar een kind van 5 of zelfs een baby, zoals mijn therapeut zegt. En des te minder contact je met deze innerlijke kinderen hebt, des te harder ze aan het roer staan van je gedrag.

Vader

Wat ik in het verleden deed is het volgende. In relaties probeerde ik altijd mijn vader te vinden, wat betekende dat ik me richtte op een sterke, getalenteerde man met een minderwaardigheidscomplex en als gevolg een narcistische persoonlijkheid, met intense bindingsangst. Voor mensen met bindingsangst is het heel handig om op andere personen met bindingsangst te vallen: die hollen namelijk voor je weg en dat is dus veilig. Ik rende me wezenloos achter deze mannen aan en als ik ze eenmaal te pakken had, was ik al zo rot behandeld, dat binden niet meer ging (ik zou wel gek zijn).

Mijn script was dan weer waar: man = vader = zak. En de verdedigers van mijn angstige kinderen hoefden niet meer op te treden. Want binden wilde ik onbewust niet meer, dus kon ik ook niet worden verlaten. En verder deed ik in de relatie – zonder bewustzijn – actief mijn best om op afstand te blijven. Ik ben daar heel goed in: je kunt 24 uur per dag met mij hand in hand op de bank zitten en ik presteer het om geestelijk en emotioneel in Vladivostok te vertoeven. Intens bang, noemt mijn haptotherapeut dat.

De wachters

En wie zijn dan die verdedigers? Dat zijn de wachters van de ziel, oftewel: het ego. Des te meer jij bent beschadigd in het verleden, des te sterker en extremer deze mechanismen. Angst toont zich vaak niet als pure emotie, maar vermomd. Een mishandelde asielkat is in de meeste gevallen ontzettend bang wanneer een mens nog dichtbij komt. Sommige katten kruipen weg, andere gaan snoeihard in de aanval. Angst kan namelijk bijzonder agressief maken. Dat noemen we vals en dit gedrag komt niet alleen voor bij dieren, maar ook bij mensen.

Innerlijke kinderen

Op het moment dat de volwassene zich met haar/zijn angstige innerlijke kinderen verbindt – ze erkent voor wat ze hebben doorgemaakt en hoe ze zich voelen – kan er heling optreden. De verdedigers staan er dan niet meer onbewust alleen voor, maar er is een emotioneel volgroeide persoon, die voor de kinderen kan zorgen. Doordat ik meer voeling met deze delen heb, kan ik tegenwoordig beter, op een volwassen manier, mijn gedrag op hen aanpassen. Zonder dat extreme uitschieters nodig zijn. Ik ben ook minder afhankelijk van de emotionele zorg van anderen, omdat ik zo goed mogelijk probeer om op eigen benen te staan.

Gaat dit proces me altijd goed af? Nee, niet altijd. Soms moet ik een innerlijk kind terugfluiten met de zachte vermaning dat het bezig is een patroon van vroeger uit te leven, dat nu niet meer nodig is. Ik vergelijk het weleens met achteruit inparkeren (ook al heb ik geen rijbewijs). Als je dat 43 jaar verkeerd hebt gedaan is dat lastig corrigeren, maar naar mijn idee niet hopeloos. Het is een kwestie van telkens weer in de praktijk proberen (alleen kennis van de theorie is niet voldoende) en dan hopen dat je er op een dag in slaagt om je auto feilloos neer te zetten, zonder brokken. Dus geef niet op. Je gidsen en je hogere zelf geven je ziel sowieso meerdere levens de tijd 🙂