Artikel psyche – Huiselijk geweld: patronen van angst en agressie

Twee maanden geleden zag ik in de supermarkt een vrouw met een blauw oog en haar twee dochters. Ze schreeuwde tegen de kinderen, wat mensen deed opkijken en een medewerker verzuchtte dat deze moeder zich niet normaal gedroeg. Gespannen en boos bewoog ze zich door de Dirk en de kinderen volgden. In een flits zag ik mezelf, 3 jaar geleden, met ex-man en dochter in dezelfde winkel. Woest en gespannen als een snaar viel ik uit tegen hun beiden, mijn dochter in het bijzonder als ze in mijn ogen iets verkeerd deed. “Bent u de moeder?”, vroeg een andere klant lachend en verbolgen. “Ja!”, antwoordde ik. “Hoezo?!”

In mijn ouderlijk gezin was mijn vader agressief of afwezig. Afwezig was letterlijk en figuurlijk. Hij was eigenlijk altijd weg: werken, sporten of gewoon niet traceerbaar. Daar waren we (mijn moeder, broer en zus aan gewend). Vanaf jonge leeftijd kon ik auto- en reisverzekeringen afsluiten voor mijn vaders eigen verzekeringsbedrijf. Ook voor het kalmeren van boze klanten draaide ik als 11-jarige mijn hand niet om.

Was mijn vader in huis, dan was hij aan het werk op zijn kantoorkamer, keek hij tv of zaten we aan tafel voor het avondeten. Aan het laatste heb ik geen prettige herinneringen (kent iemand de film Festen uit 1998 van Thomas Vinterberg?). Terwijl mijn moeder riep hoe gezellig het was, werden de messen onder tafel geslepen. Mijn oudere broer en zus vielen steevast mij of mijn moeder aan. Mijn vader was afwezig of ontstak in woede. Pokerface en je gevoelens wegdrukken (met trauma als gevolg) waren dan ook de methodes om te overleven.

Woede

Wat je niet wilde riskeren was mijn vaders woede. Hoewel ik daar vanaf mijn 7e jaar een broertje dood aan had. In tegenstelling tot mijn moeder; die was bang voor hem. Stond er een tuinstoel in ons kleine halletje waarover mijn vader vloekend was gestruikeld, dan raakte mijn moeder totaal in paniek: “Je vader was woedend,” sprak ze angstig. “Je moet die stoel nú weghalen!” “Ach,” antwoordde ik dan koel en verontwaardigd, “Hij is wel vaker boos. Dat duurt maar even.”

Maar het jongere kind in mij moet wel bang zijn geweest. Het is niet voor niets dat ik in dit gezin op mijn 5e qua gevoelens de deur heb dichtgegooid:  liever niks voelen dan angst. Dat ging onbewust en leverde later als volwassene zware depressies op.

In je broek plassen

Ik weet nog hoe boos mijn vader kon worden als mijn zus zat te lezen en niet hoorde dat hij haar riep. Dit gebeurde vaker en telkens weer was hij woest, alsof zij hem op deze manier persoonlijk aanviel. Ook was er in de familie een ‘grappig’ verhaal dat mijn zus als klein meisje op een verjaardag bij ons thuis huilend en in paniek naar boven was gestormd toen mijn vader eventjes floot. Bij uitzondering betekende dat fluiten toen niet dat ze straf had. Ook plaste ze als 4-jarige een tijdje spontaan in haar broek als iemand het woord zwembad zei. Mijn tantes vonden dat bijzonder grappig en probeerden dit ook ben hen thuis uit om te zien of dat echt waar was. En inderdaad, getuige de natte plek op hun vloerbedekking: het was waar.

Maar ik ben bang dat de oorzaak voor dit spontane urineverlies niet zo leuk was. Bedplassen en in je broek plassen heeft vaak met angst te maken. Een klasgenootje op de middelbare school kon bij niemand logeren, omdat ze nog in bed plaste. Haar vader leed aan het syndroom van Gilles de la Tourette, wat met hevig vloeken en agressie gepaard kan gaan. Een vriendin uit mijn studententijd had in bussen op reis in het buitenland altijd de hevige angst dat ze plotseling naar de wc zou moeten, terwijl de bus niet kon stoppen. Haar vader gedroeg zich thuis agressief en tiranniek, zijn vrouw en kinderen emotioneel en zelfs fysiek mishandelend.

Toen ik als 10-jarige door het ijs zakte was het zaak om mezelf er weer zo snel mogelijk uit te vissen (dat was overigens het adagium van mijn hele jeugd: de andere gezinsleden waren afwezig, boden geen hulp of trapten je er nog dieper in). Eenmaal thuis bij mijn moeder was het enige wat ik zei: “Beloof dat je dit papa pas vertelt als ik in bed lig en slaap, want anders wordt hij boos.” Ook later toen ik als 22-jarige op vakantie in Ierland was beroofd en mijn vader belde of hij mijn bankpas kon blokkeren, werd hij woest dat dit heel dom van mij was. Zelfs de politieagent van de Garda, die in Ierland berucht is, vond dit niet zo’n  behulpzame reactie.

Vader en moeder ineen

Terug naar mijn eigen gezin. Soms denk ik dat ik het als volwassene voor elkaar heb gekregen om de slechtste kanten van mijn vader en die van mijn moeder in 1 persoon te verenigen. De woede van mijn vader leefde net zo goed in mij. Zijn temperament, zijn kracht; ik had het allemaal. Mijn ex-man had ik uitgezocht, half onbewust, half bewust, omdat hij op mijn vader leek. Daar kon ik dan nu eindelijk als volwassene mee vechten.

Relatie

We argumenteerden voortdurend, over alles. Had hij een mening, dan nam ik het tegenovergestelde standpunt in. En dan losgaan. Een vechtrelatie levert dan ook nogal wat spanning op, zeker als de liefde er op een gegeven moment af is. De ruzies tussen ons beiden werden door de jaren heen heftiger en na mijn laatste depressie escaleerden ze pas goed.

Tot twee keer toe heeft dit tot een fysieke aanval van zijn kant geleid: beide keren kwam hij met opgeheven hand op me af stormen. En hij is sterk. De eerste keer heb ik een glas water in zijn gezicht kunnen gooien. De tweede keer heb ik van me afgeschreeuwd dat ik de politie zou bellen en dat hij dan in de cel zou belanden.

De volwassene in mij ging tekeer. Het kind in mij was – net als vroeger – weer diep ellendig, bang en volledig getraumatiseerd. Toen ik mijn nichtje en een goede vriendin hier na de scheiding iets over wilde vertellen, ging ze mij beiden corrigeren dat mijn ex-man helemaal niet zo was. Ik heb toen maar direct mijn mond gehouden.

Mishandeling

Omdat ik me in huis voortdurend belaagd voelde en in de loopgraven lag, kon ik ook erg tegen mijn eigen dochter uitvaren. Sowieso wilde ik haar vanuit intense bindingsangst (net als mijn vader) zoveel mogelijk op een afstand houden. Desnoods op een afstand blaffen. Zo had ik het vroeger thuis mijn vader ook zien doen.

Voor dit gedrag naar haar is geen excuus. Je kunt als volwassene niet de schuld aan je ouders geven; je bent zelf verantwoordelijk. Als ze zich niet gedroeg aan tafel, tilde ik haar woest op en smeet haar in haar kamer. Ik was eigenlijk altijd boos. Wilde ze ’s ochtends niet dat ik haar haar borstelde, dan was ik al furieus. Pas tijdens mijn twinflame-revolutie/scheiding/verhuizing heb ik mijn fouten kunnen inzien.

Angst

En ik leek op ook mijn moeder. Vlak voor de scheidingsepisode kwam de voet van mijn dochter, die bij mij achterop de fiets zat, tussen de spaken van het achterwiel. Ik raakte totaal in paniek. Ik was erg bang om dit thuis aan mijn man te vertellen: hij zou woest worden. Onze dochter was zijn alles; ik was niks. Een paar dagen later zaten we met zijn drieën aan tafel te eten en ik bemerkte dat ik exact in de positie van mijn moeder was beland: bang voor mijn echtgenoot, met een dochter die (net als ik vroeger), de kant van haar vader koos.

Door de minachting van mijn vader en haar slaafse houding stond mijn moeder bij ons thuis nogal laag in de hiërarchie. Een andere overeenkomst met mijn moeder was het feit dat ik in mijn eentje het hele huishouden deed én mijn eigen werk, terwijl mijn echtgenoot denigrerend zei dat ik altijd vakantie had. Vakantie? Mijn twinflame-revolutie werd ingeluid met een zware burn-out.

Geen lieverdje

De belaagde vrouw is daarom vaak geen lieve, passieve echtgenote, die nooit van zich afbijt. In tegendeel: de verdediging zal in veel gevallen bijzonder fel zijn. Deze vrouw is het aangevallen worden waarschijnlijk al van jongs af aan gewend. Zo had ik met mijn juffrouw uit de 1e klas van de lagere school een geheimpje dat ik niet kattig mocht zijn tegen de andere kinderen in de klas. Was ik dat per ongeluk toch, dan zei ze: “Kirsten, denk je aan ons geheimpje?”

Dat is goed en wel in een omgeving die je gunstig gezind is, maar niet in een gezin waar je naast je vader ook door je oudere broer en zus wordt belaagd. Zij konden immers niet tegen de tiran op, maar wel naar onder trappen. Mijn moeder was dan afwezig of riep hoe gezellig het was. Dat geheimpje uit de 1e klas was als het uittrekken van de nagels van een kat. Sorry, maar die nagels stonden voortdurend paraat om me thuis te kunnen verdedigen.

Een vriendin – die uit een soortgelijk gezin komt – zei dat haar moeder haar vader het bloed onder de nagels vandaan kon treiteren. Wat voor haar blijkbaar rechtvaardigde dat haar vader haar moeder uit het raam probeerde te gooien, terwijl zij als klein meisje werd ondergebracht bij de buren. Net als ik koos deze vriendin partij voor haar vader, omdat haar moeder lager in de hiërarchie stond. Bovendien mishandelde moeder haar ook, terwijl vader als vrachtwagenchauffeur vaak weken van huis was.

Cyclus doorbroken

De cyclus van angst en agressie is voor mij pas door de ontmoeting met de andere zielshelft doorbroken. Mijn gidsen hebben mij in de burn-out/overspannenheid die volgde alle antwoorden gegeven op het hoe en waarom van mijn 40-jarige leven. Bindingsangst, agressie, mannenhaat; het kwam allemaal voorbij. Via mijn dochter lieten ze me op internet zelfs een filmpje zien over kindermishandeling. Het meest confronterende daarin was niet de agressie van de woedende vader naar zijn kind, maar hoe miserabel en onmachtig hij zich voelde over zijn eigen gedrag. Dit was eigenlijk helemaal niet wat hij wilde.

Eigen huis

Ik ben mijn gespannenheid en woede kwijtgeraakt. Ik woon nu veilig in een eigen huis, waar ik door niemand word aangevallen. Elk moment dat ik binnenstap doe ik de voordeur met genoegen op twee sloten. Pas in dit huis durf en kan ik na tientallen jaren mijn eigen gevoelens voelen. Ook mag mijn dochter nu emotioneel dichtbij komen, in plaats dat mijn bindingsangst een muur van agressie opgooit. De patronen van vroeger en mijn fouten heb ik ingezien. Ik kan het verleden niet meer goedmaken, maar wel mezelf corrigeren en verbeteren in het heden. Nu na 2 jaar durft mijn bindingsangst het aan om haar een eigen kamer te geven.

Dus als ik in de supermarkt een boze en gespannen vrouw zie met een blauw oog en 2 meisjes die haar angstvallig volgen, dan wil ik eigenlijk mijn armen om haar heen slaan. En zeggen dat het niet zo hoeft. Dat er een beter leven is, zonder een agressieve gezinssituatie waarin je wordt belaagd door je partner; zonder het doorgeven van verkeerde patronen, van generatie op generatie.

Vluchten

Toen ik door de verliefdheid op mijn twinflame weer bij mijn gevoel kwam heb ik het aangedurfd om te vluchten, burn-out en al, en een eigen blijf-van-mijn-lijf-huis op te bouwen. Hoewel ik vóór deze stap zeer bang was dat mijn ex-man mij geweld aan zou doen. Zo bang zelfs dat het me op de rand van een psychose bracht. Stalken, een vechtscheiding, eindeloze ruzies bij de rechterbank (mijn vader liet mijn moeder voor een meervoudige kamer komen): het had zich allemaal al afgespeeld in mijn hoofd.

En de impact van zijn agressie was aan mijn buitenkant ook niet te zien. “Jouw woede is als een natuurstorm”, heeft hij ooit gezegd. En ik heb hem weleens bang naar mij zien kijken. Ik wilde ook erg graag het script waar hebben dat alle mannen klootzakken zijn; gebaseerd op mijn vader en op de relatie tussen mijn ouders. De relatie met mijn ex-man is dezer dagen goed, maar als ik bij hem in de buurt ben verblijf ik met mijn emoties nog steeds aan het andere einde van de wereld.

Terughalen kinderdelen

Omdat ik merkte dat ik toch op mannen als mijn vader bleef vallen – zeer agressief en niet mijn grenzen respecterend of me niet goed behandelend – heb ik onlangs bij een sjamaan een ‘soul retrieval’ gedaan: ik ben de verloren kleine kinderen – zielsdelen uit mijn jeugd – gaan ophalen. Het is tijd om afscheid te nemen van vroeger en op een gezonde manier verder te gaan. Met een schone lei, zonder me in een relatie ‘codependent’ te gedragen (zoals dat in vaktermen heet).

Een veilige leefomgeving is iets waar alle slachtoffers van gewelddadige relaties  – vrouw, man en kind – recht op hebben. Een mensenrecht. Maar een vertrouwde gevangenis is voor velen helaas toch ‘veiliger’ dan onbekend geluk. Je kunt gewend zijn aan geweld, maar geweld is nooit normaal.